GLP1 receptor agonist vermindert cardiovasculaire complicaties

LiraglutideNEJM

Recent zijn de resultaten van de eerste landmark studie naar de cardiovasculaire benefits van behandeling met een GLP1RA gepresenteerd op het Amerikaanse Diabetes Congres in New Orleans, en gepubliceerd in het New England Journal of Medicine.

Een korte samenvatting van de studie:
The cardiovascular effect of liraglutide, a glucagon-like peptide 1 analogue, when added to standard care in patients with type 2 diabetes, remains unknown.
In a double-blind trial, randomly assigned patients with type 2 diabetes and high cardiovascular risk were to receive liraglutide or placebo. The primary composite outcome in the time-to-event analysis was the first occurrence of death from cardiovascular causes, nonfatal myocardial infarction, or nonfatal stroke. The primary hypothesis was that liraglutide would be noninferior to placebo with regard to the primary outcome, with a margin of 1.30 for the upper boundary of the 95% confidence interval of the hazard ratio. No adjustments for multiplicity were performed for the prespecified exploratory outcomes.
In the time-to-event analysis, the rate of the first occurrence of death from cardiovascular causes, nonfatal myocardial infarction, or nonfatal stroke among patients with type 2 diabetes mellitus was lower with liraglutide than with placebo.

Lees het volledige artikel op: http://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMoa1603827#t=article

 

Please do not follow me at Academia.edu

ScreenHunter_209 May. 05 18.49

Vandaag stond een berichtje op Twitter, dat suggereerde dat wetenschappelijke artikelen die op de website Academia.edu worden gepost, veel vaker geciteerd worden dan een artikel uit hetzelfde tijdschrift, dat niet ‘gepost’ is. Guus van den Brekel van onze bibliotheek (@digicmb) attendeerde ons hierop. Met andere woorden: het is verstandig je artikelen via Academia.edu te delen als je (vaker) geciteerd wilt worden.

(meer…)

Determinanten van huid autofluorescentie

ScreenHunter_205 May. 05 16.28

Background
Skin autofluorescence (SAF) is a noninvasive marker of advanced glycation end products (AGEs). In diabetes, higher SAF levels have been positively associated with long-term complications, cardiovascular morbidity and mortality. Because little is known about the factors that influence SAF in nondiabetic individuals, we assessed the association of clinical and lifestyle parameters with SAF as well as their interactions in a large-scale, nondiabetic population and performed the same analysis in a type 2 diabetic subgroup.
Methods
In a cross-sectional study in participants from the LifeLines Cohort Study, extensive clinical and biochemical phenotyping, including SAF measurement, was assessed in 9009 subjects of whom 314 (3.5%) subjects with type 2 diabetes.
Results
Mean SAF was 2.04 ± 0.44 arbitrary units (AU) in nondiabetic individuals and 2.44 ± 0.55 AU in type 2 diabetic subjects (P < 0.0001). Multivariate backward regression analysis showed that in the nondiabetic population, SAF was significantly and independently associated with age, BMI, HbA1c, creatinine clearance, genetic polymorphism in NAT2 (rs4921914), current smoking, pack-years of smoking and coffee consumption. In the type 2 diabetic group, a similar set of factors was associated with SAF, except for coffee consumption.
Conclusions
In addition to the established literature on type 2 diabetes, we have demonstrated that SAF levels are associated with several clinical and lifestyle factors in the nondiabetic population. These parameters should be taken into consideration when using SAF as a screening or prediction tool for populations at risk for cardiovascular disease and diabetes.
Keywords
Advanced glycation end products, aging, cardiovascular disease, determinants, skin autofluorescence, type 2 diabetes.
Eur J Clin Invest 2016; 46 (5): 481–490
For a full link to the pdf, use: http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/eci.12627/epdf

 

Gestational diabetes mellitus: current knowledge and unmet needs

ScreenHunter_204 May. 05 16.21

Een fraai review artikel van mijn promovendus Sarah Koning staat inmiddels online.

J Diabetes. 2016 Apr 27. doi: 10.1111/1753-0407.12422. [Epub ahead of print]
GESTATIONAL DIABETES MELLITUS: current knowledge and unmet needs.
Koning SH, Hoogenberg K, Lutgers HL, VAN DEN Berg PP, Wolffenbuttel BHR.

Abstract
Gestational diabetes mellitus (GDM) is a world-wide health concern, not only because its prevalence is high and on the increase, but also because of the potential implications for the health of mothers and their offspring. Unfortunately, much controversy exist in the literature surrounds the diagnosis and treatment of GDM, but also on the possible long-term consequences for the offspring. As a result, worldwide there is a lack of uniformly accepted diagnostic criteria and the advice according treatment – including diet, insulin therapy, and the use of oral blood glucose-lowering agents – of GDM is highly variable. In this review we provide an overview of the important issues in the field of GDM, including the diagnostic criteria, the different treatment regimens available, and the long-term consequences of GDM in the offspring.

Ondanks de afspraken tussen de uitgever Wiley en de VSNU (http://goo.gl/Qtbbsf) staat het artikel nog steeds achter een pay-wall. Wiley pikt nog even een graantje mee van die lezers, die het direct willen downloaden. Wacht nog even met downloaden, het artikel zal weldra open access beschikbaar zijn.

ScreenHunter_203 May. 05 16.13

Wetenschappelijk onderzoek wordt steeds moeilijker

wetenschap photoEigenlijk zijn er nog heel veel dingen die we over de schildklier en zijn functie niet goed begrijpen. In feite zijn te snel en te langzaam werkende schildklier (resp. de ziekte van Graves en de ziekte van Hashimoto) autoimmuun aandoeningen, d.w.z. het afweersysteem vergist zich, en maakt of antistoffen die de schildklier stimuleren of juist blokkeren. Het is onduidelijk waarom het afweersysteem zich zo gek gaat gedragen.

Recent zag ik een jonge dame die de ziekte van Graves heeft. Het bijzondere is dat haar moeder en oma vroeger de zelfde ziekte doormaakten. Het is mogelijk dat hier een belangrijke erfelijke aanleg een rol speelt. Het zal overigens, zelfs met de moderne (maar dure!) genetische technieken, nog een hele opgave zijn om de precieze erfelijke oorzaak te vinden. Nieuwe technieken waarmee we het hele DNA in kaart brengen, doen langzamerhand hun intrede in de spreekkamer van de dokter. Deze technieken helpen soms mee om de echte oorzaak van een aandoening te achterhalen, maar het is vaak nog speuren naar een speld in een hooiberg. En dan, als we voor deze ene familie de mogelijke oorzaak hebben achterhaald, geldt die dan ook voor andere families?

Een zelfde zoektocht moet nog ondernomen worden naar de reden waarom zo veel mensen met hypothyreoïdie restklachten blijven behouden, zelfs als ze goed zijn ingesteld op thyroxine. In het onderzoekslaboratorium van prof. Bianco in Chicago (www.deiodinase.org) zijn ze een stapje dichter bij de verklaring, die wordt gezocht in het enzym deiodinase-2, dat in de weefsels T4 in T3 omzet. Onderzoek op mijn eigen afdeling in Groningen laat zien dat mensen met een genetische variant van dit enzym (de Thr92Ala variant) toch de zelfde vT4 en vT3 waarden in het bloed hebben als mensen met de normaal voorkomende vorm. Simpel je schildklier waarden laten controleren helpt dus niet om te achterhalen of je wel of niet die variant hebt. Verder onderzoek op dit gebied is heel erg nodig, maar wordt steeds moeilijker. Hoe kom je namelijk aan voldoende geld om dergelijk duur, maar uitermate relevant onderzoek uit te kunnen voeren?

edf016cb35672fea_150_diagnosisDe minister van VWS en de zorgverzekeraars vinden dat mensen met een ‘simpele’ aandoening als een te langzaam werkende schildklier (zgn. ‘basiszorg’) minder of helemaal niet meer verwezen moeten worden naar een academisch ziekenhuis (http://goo.gl/iDs6h9). En juist daar vindt veel onderzoek naar schildklieraandoeningen plaats, die moet helpen de behandeling en kwaliteit van leven van mensen die hieraan lijden te verbeteren. Bovendien is het steeds moeilijker voor wetenschappers om überhaupt nog voldoende financiële middelen bij elkaar te schrapen om dergelijk onderzoek mogelijk te maken. Bij sommige onderzoeksbeurzen, zoals die vanuit ‘Europa, is de slagingskans lager dan 10%! Patientenorganisaties als SON (www.schildklier.nl) weten goed welke problemen onder hun leden leven, en kunnen prima helpen om prioriteiten aan te geven voor invulling en financiering / fundraising van belangrijke takken van schildklieronderzoek.

Dit stuk verscheen in het december 2015 nummer van het magazine Schild (www.schildklier.nl).

 

The BioSHaRE-EU consortium

bioshareWe often get the question what the BioSHaRE-Eu consortium is. BioSHaRE is a consortium of leading biobanks and international researchers from all domains of biobanking science. The overall aim of the project is to build upon tools and methods available to achieve solutions for researchers to use pooled data from different cohort and biobank studies. This, in order to obtain the very large sample sizes needed to investigate current questions in multifactorial diseases, notably on gene-environment interactions. This aim will be achieved through the development of harmonization and standardization tools, implementation of these tools and demonstration of their applicability. (meer…)