AGE-reader 2022

A non-invasive risk score including skin autofluorescence predicts diabetes risk in the general population.

Auteurs: Henderikus E Boersma, Melanie M van der Klauw, Andries J Smit, Bruce H R Wolffenbuttel

Affiliations: Departments of Endocrinology & Internal Medicine, University of Groningen, University Medical Center Groningen, HPC AA31, P.O. Box 30001, 9700 RB, Groningen, The Netherlands.

Abstract

Increased skin autofluorescence (SAF) predicts the development of diabetes-related complications and cardiovascular disease. We assessed the performance of a simple model which includes SAF to identify individuals at high risk for undiagnosed and incident type 2 diabetes, in 58,377 participants in the Lifelines Cohort Study without known diabetes. Newly-diagnosed diabetes was defined as fasting blood glucose ≥ 7.0 mmol/l and/or HbA1c ≥ 6.5% (≥ 48 mmol/mol) or self-reported diabetes at follow-up. We constructed predictive models based on age, body mass index (BMI), SAF, and parental history of diabetes, and compared to results with the concise FINDRISC model. At 2nd visit to Lifelines, 1113 (1.9%) participants were identified with undiagnosed diabetes and 1033 (1.8%) participants developed diabetes during follow-up. A model comprising age, BMI and SAF yielded an AUC of 0.783 and was non-inferior to the concise FINDRISC model, which had an AUC of 0.797 to predict new diabetes. At a score of 5.8, sensitivity was 78% and specificity of 66%. Model 2 which also incorporated parental diabetes history, had an AUC of 0.792, and a sensitivity of 74% and specificity of 70% at a score of 6.5. Net reclassification index (NRI) did not improve significantly (NRI 1.43% (- 0.50-3.37 p = 0.15). The combination of an easy to perform SAF measurement with age and BMI is a good alternative screening tool suitable for medical and non-medical settings. Parental history of diabetes did not significantly improve model performance in this homogeneous cohort.

 

Open access link: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC9758123/

 

 

Vitamine B12, hoe zit dat met voeding en tekorten?

Met enige regelmaat krijg ik vragen over vitamine B12 en hoe tekorten aan vitamine B12 kunnen worden vastgesteld en behandeld. Hierbij een bloemlezing van recente vragen en hun antwoord.

Vraag 1: Wat is vitamine B12 en waar is de functie van B12 in het lichaam?
Vitamine B12 heeft een aantal belangrijke functies in het lichaam. Dit betreft o.a. de ontwikkeling en uitrijping van onze rode bloedcellen, en het goed functioneren van ons zenuwstelsel. Tevens heeft vitamine B12 anti-oxidante werking, het is een hulpfactor in de productie van energie in de energiefabriekjes van onze cellen, de mitochondriën, en draagt bij aan synthese van DNA, ons erfelijk materiaal, en de wijze hoe dat DNA via bepaalde chemische veranderingen (zogenaamde DNA methylering) wordt beïnvloed.

 

Model showing crystal structure of Vitamin B12 hexacarbocylic acid fragment, unsigned, England, 1957-1959. General view on grey background.

 

Vraag 2. In welke voedingsproducten zit B12, en hoeveel heb je er dagelijks van nodig?
Mensen krijgen vitamine B12 binnen via voedingsproducten van dierlijke oorsprong, zoals vlees, eieren, en melk, maar ook via voedingsproducten waaraan vitamine B12 speciaal is toegevoegd. De dagelijkse behoefte ligt ergens tussen de 4 en 7 mcg. Oudere mensen nemen slechter vitamine B12 op uit de voeding, zij hebben een wat hogere behoefte.
In voeding van mensen die weinig dierlijke producten gebruikten, zit veel te weinig vitamine B12. In een recent artikel werd het volgende geschreven:

Dietary intake decreases with a more plant-based diet, with average daily B12 intake estimated to be 7.2 mcg in meat-eaters but only 0.4 mcg in vegans. In the 2018 UK Food Standards Agency’s ‘Food and You’ survey, 3% of participants self-identified as vegetarian, and 1% as vegan. A similar pattern was observed in other Western European countries and North America. Globally, professional Nutrition and Dietetics bodies recognise B12 deficiency as a risk to health and wellbeing in both vegetarian and vegan diets and caution that adopting such diets, especially a vegan diet, requires adequate planning and continuous monitoring. A study in Switzerland showed that despite negligible dietary vitamin B12 intake in the vegan group, deficiency of this particular vitamin was low in all groups thanks to widespread use of supplements. Although awareness about this is increasing, other studies still report insufficient B12 intake, with the possibility of developing symptoms caused by deficiency. Clinical studies suggest that healthy individuals require a daily intake of approximately 4-7 micrograms to maintain stable vitamin B12 status. “

Adviezen van de Nederlandse Vereniging voor Veganisme (NVV) staan hier: https://www.veganisme.org/informatie/voedingsstoffen/vitamine-b12/

(meer…)

SENSOR studie

In het kader van hun bachelor project hebben 5 enthousiaste studenten Geneeskunde in Groningen onderzoek gedaan naar de verbetering van kwaliteit van leven van mensen met type 1 diabetes die een sensor (ruim twee-derde gebruikte rtCGM, real-time continue glucose monitoring) zijn gaan gebruiken. De resultaten zijn eind 2020 gepubliceerd in het Nederlands Tijdschjift voor Diabetologie, en vindt u hier: https://link.springer.com/article/10.1007/s12467-020-0607-0. Aan het onderzoek deden mensen met type 1 diabetes mee van het Martini ziekenhuis (dr. Klaas Hoogenberg) en het UMCG.

De samenvatting is als volgt:

Sensortechnologie biedt aan mensen met type 1-diabetes de mogelijkheid om het verloop van de glucosewaarde nauwgezet te volgen. Bij bepaalde typen sensoren is er tevens de mogelijkheid van alarmering bij (dreigende) hypoglykemie. Wij onderzochten in een retrospectieve studieopzet of de kwaliteit van leven van mensen met type 1-diabetes veranderd is door het gebruik van continue glucosemonitoring via een sensor. In totaal werden de vragenlijsten − deels gebaseerd op de PAID en Angst voor Hypoglykemie Vragenlijst en deels op de EQ5L kwaliteit van leven-schaal − door 105 mensen ingevuld. De gemiddelde leeftijd was 50 (spreiding van 18 tot 76) jaar. In totaal maakten 33 (31%) personen gebruik van Flash Glucose Monitoring (FGM) en 72 (69%) van Real-Time Continue Glucose Monitoring (RT-CGM). Er was een sterke en significante toename van de gerapporteerde kwaliteit van leven in alle domeinen. Een significante daling van het HbA1c-gehalte werd vastgesteld bij die mensen die de sensortechnologie toepasten ter verbetering van de glykemische regulatie. Wij concluderen dat er sprake is van een sterke verbetering van de kwaliteit van leven bij het gebruik van FGM of RT-CGM in vergelijking met de vingerprikmethode bij mensen met type 1-diabetes. Daarnaast verbeterde de glucoseregulatie aanzienlijk.

De verbetering van kwaliteit van leven is grafisch weergegeven in onderstaande figuur:

De score op de Kwaliteit van Leven thermometer neemt toe met gemiddeld 25 punten, hetgeen een dramatische goede verbetering is, en de HbA1c-waarde daalt  met gemiddeld 0,3%-punt. Hierbij daalt de HbA1c-waarde significant bij deelnemers die hun glucosewaarden niet goed kunnen regelen, maar er is –zoals verwacht- geen significante daling bij deelnemers die hun hypo niet tijdig voelen aankomen. Zij ervaren wel veel en veel minder hypo’s. Eén deelneemster zag haar aantal ernstige hypo’s door inzet van deze technologie afnemen van ruim 15 per maand naar minder dan 1 per maand.

Volledige vergoeding van sensoren voor iedereen met type 1 diabetes MOET !!!! Zie ook: https://www.diabetesplus.nl/sensorvergoeding-moet-nu/