Glucosesensor eindelijk vergoed voor indicatie hypoglycemie

In 2009 publiceerde ik samen met collega Marijke Boersma een artikel over de glucose sensor. In dit artikel werd de vraag behandeld wat de toegevoegde waarde is van continue glucose monitoring (CGM/RTCGM) bij de behandeling van type 1 diabetes mellitus. Daarnaast werd besproken welke techniek en accuraatheid de meetsystemen hebben. Een van de belangrijkste conclusies was dat CGM de zelfcontrole van de bloedglucose spiegel niet volledig kan vervangen, maar het gebruik bij bepaalde patiëntengroepen een belangrijke toevoeging kan zijn, bijvoorbeeld bij patiënten met hypoglycemie ‘unawareness’ en bij patiënten die met conventionele behandeling de glucose spiegels niet onder controle krijgen. Voor deze patiënten zou het gebruik van CGM moeten worden vergoed. Of CGM gebruik de lange termijn complicaties van diabetes ook zal verminderen moet nog blijken in de toekomst.

De volgende kennis was in het jaar 2009 over dit onderwerp beschikbaar, en door ons letterlijk in het artikel beschreven.

“Voor voornamelijk patiënten met hypo-unawareness en nachtelijke hypoglycemieën is het belangrijk dat de CGM effectief is in het voorkomen van ernstige hypoglycemieën en de gevolgen daarvan. Hierboven is beschreven dat de tijd in hypoglycemie afneemt en in het voorgaande hoofdstuk zijn de percentages beschreven van het aantal hypoglycemieën dat de verschillende CGM’s detecteren. Maar het is voor zover wij weten, niet onderzocht en bovendien erg lastig te onderzoeken of het aantal ernstige hypoglycemieën en de gevolgen daarvan, bijvoorbeeld verkeersongelukken, door CGM gebruik daadwerkelijk worden beperkt. Er zijn wel aanwijzingen in die richting, die aannemelijk maken dat CGM een belangrijke toegevoegde waarde heeft voor deze patiëntengroep. Allereerst toonde de studie van McGarraugh en Bergenstal aan dat veelvuldig hypoglycemieën niet worden opgemerkt, terwijl met CGM vele van deze hypo’s wel werden opgemerkt. Buckingham et al beschreven vier patiënten, die een door hypoglycemie veroorzaakte epilepsie aanval kregen, terwijl zij toevallig een sensor droegen. Bij 3 patiënten werd de gegevens retrospectief beoordeeld, en werd geconcludeerd dat het alarm van de CGM al 2 tot 4 uur vóór de epileptische aanval vanwege glucosespiegels in het hypoglycemische gebied zou zijn afgegaan. Zij vinden het zeer aannemelijk dat bij ‘real time’ meting de ernstige hypoglycemie had kunnen worden voorkomen. Bij de 4e patiënt was er sprake van hypoglycemie alarmering door haar ‘real time’ Paradigm RT CGM annex insulinepomp, maar dit werd niet gehoord doordat de pomp onder de dekens lag, waardoor het alarmsignaal werd gedempt. Lees meer…

VitB12 en zwangerschap: verwarrend !!??

zwangerschap photo

We lijken een beetje doorgeslagen met het B12 probleem. Let wel, B12 tekort is een serieus probleem dat een serieuze aanpak behoeft. Maar kijkend naar wat ik op internet zie voorbij komen aan berichten, en aan patienten met vragen verwezen krijg over B12 en zwangerschap, is het tijd voor enige bezinning.

Een B12 waarde in het bloed van lager dan 140 pmol/l is in de regel afwijkend, maar lang niet iedereen heeft bij zo’n waarde klachten. Een waarde tussen 140 en 300 pmol/l is een soort grijs gebied, en de eerste verstandige ziekenhuizen bieden nu bij zo’n uitslag aan om aanvullend het MMA (methylmalonzuur) gehalte te testen (http://goo.gl/dCKuQA). Naar onze eigen ervaring in Groningen heeft 20% van de ouderen met bloedarmoede en een B12 spiegel tussen de 140 en 300, een verhoogd MMA gehalte, wijzend op B12 tekort op weefselniveau.

Bij steeds meer vrouwen wordt tegenwoordig tijdens de zwangerschap het B12 gehalte getest. Het afgelopen half jaar heb ik drie jonge vrouwen gezien, bij wie dat gebeurd was. En die bij B12 waarden tussen de 170 en 190 pmol/l ineens aan de B12 injecties moesten, zonder nadenken, zonder MMA of homocysteine te meten, en – wat ook bijzonder is – zonder dat zij klachten hadden die enigszins bij B12 tekort zouden kunnen passen.

Lees meer…

De endocrinologische onderzoeksagenda

Het afgelopen jaar is er door de wetenschappelijke verenigingen van internisten hard gewerkt om te komen tot een gezamenlijke ‘wetenschapsagenda’, een overzicht van problemen en vraagstellingen voor méér en beter onderzoek op het gebied van een breed scala aan ziekten. Ook SON en de Nederlandse Vereniging voor Endocrinologie hebben hieraan meegewerkt. De volledige Top-15 van vraagstukken op gebied van de Endocrinologie vindt u hier: https://www.nve.nl/prioritering-items-endocrinologie-wetenschapsagenda-niv

Ook voor onderzoek op het gebied van schildklieraandoeningen is veel aandacht, en onder meer de volgende vraagstellingen zijn gedefinieerd:

Op welke wijze beïnvloeden ‘life events’ als zwangerschap, en menopauze de kwaliteit van leven bij mensen met een schildklierziekte? Verminderde kwaliteit van leven heeft aanzienlijke invloed op dagelijks functioneren, arbeid en gezondheid, opvoeden van jonge kinderen, kortom volwaardige participatie in de maatschappij. Onderzoek naar verminderde kwaliteit van leven, en behandeling of preventie hiervan, staat hier centraal.

Welke mensen met hypothyreoïdie hebben de meeste voordeel van T4-T3 combinatie behandeling? Over deze behandeling zijn nog steeds veel onduidelijkheden. Meer informatie over de korte en de lange termijn effecten van combinatie behandeling, vooral bij mensen met hypothyreoïdie en zgn. ‘restklachten’ is zeer gewenst.

Kunnen nieuwe initiatieven op gebied van “farmacogenetica” (DNA onderzoek naar geneesmiddeleffect en -reactie) sturing geven aan de behandeling? Van de meeste behandelingen is niet bekend welke patiënten het beste reageren, en bij wie een behandeling grotere kans op complicaties geeft: voorbeeld is huiduitslag en (minder frequent) problemen met de witte bloedcellen (agranulocytose) bij gebruik van de schildklierremmer strumazol. Aandacht voor farmacogenetica kan leiden tot betere, op de persoon afgestemde behandeling van endocriene aandoeningen.

Wat is het effect van screenen van de schildklierfunctie op verminderen van ongewenste zwangerschapsuitkomsten en verbeteren van de ontwikkeling van het kind? Dienen vrouwen te worden onderzocht op schildklier-antistoffen (bv. tegen TPO, thyroidperoxidase) voorafgaande aan of tijdens de zwangerschap met het doel een vrouw met aantoonbare antistoffen te behandelen met schildklierhormoon om de kans op een miskraam te verkleinen?

Ik denk dat het geweldig is dat binnen de wetenschappelijke vereniging van endocrinologen het onderzoek op het gebied van de schildklier hoog op de prioriteitenlijst staat. De onderzoekers op dit gebied en de patiëntenvereniging moeten nu de handen ineen slaan om deze onderwerpen ook bij verstrekkers van onderzoeksbeurzen en subsidies op de agenda te krijgen. Een mooie wetenschapsagenda opstellen is geen immens moeilijke opdracht, het geld voor succesvolle uitvoering van deze onderzoeksplannen bij elkaar schrapen is een stuk ingewikkelder.

Dit blog verscheen in het tijdschrift Schild.

 

Een GLP1-RA of insuline – pick your choices

Meneer Jansen* ken ik al een aantal jaren. Hij heeft een schildklier aandoening, en ook type 2 diabetes. Hiervoor gebruikt hij metformine en een DPP4 remmer. Het lukt hem niet om af te vallen, ondanks regelmatige lichaamsbeweging en rondjes op de hometrainer. Zijn BMI blijft rond de 30 kg/m2 steken. In de loop van de tijd verslechterde zijn diabetes regulatie, en bij de laatste controle was het HbA1c gestegen naar 8.7%.
Eigenlijk moet zijn behandeling verder worden geïntensiveerd. Maar dan komt het probleem dat hij buschauffeur is, en behandeling met insuline betekent waarschijnlijk het einde van de carrière van deze 52-jaar jonge man. Hij kan natuurlijk ook uitstekend met een GLP1-receptor agonist behandeld worden, bv. Liraglutide, maar die behandeling wordt in ons land niet vergoed. Dan moet je BMI boven de 35 kg/m2 zijn.

Lees meer…

B12 is moeilijker dan je denkt

Sandra de Jong* had al lang klachten. Gekke klachten waar noch zij noch haar huisarts een goede verklaring voor hadden. Zij sukkelde al een aantal jaren door met problemen als vermoeidheid, lusteloosheid, tintelingen in handen en voeten, moeite zich te concentreren, soms niet helder kunnen denken, vergeetachtigheid. En dat is heel lastig als je 33 bent en voor twee opgroeiende kinderen moet zorgen. Tijdens een ouderavond raakte zij in gesprek met de moeder van een klasgenootje van haar dochter. Tijdens het gesprek kwam het onderwerp gezondheid ter sprake, en vroeg haar collega moeder zich af of ‘het geen B12 tekort kon zijn’. Misschien moet je je huisarts eens om injecties vragen, was het advies.

Lees meer…

Een bijzondere wolk van Jodium-131

Een merkwaardig bericht vandaag 23 februari in de NRC.

Metingen in diverse landen hebben vorige maand laten zien dat op diverse plaatsen in Europa in de lucht een verhoogde concentratie van het radio-actieve jodium-131 hebben opgeleverd. De oorzaak hiervan is nog altijd niet opgehelderd. Jodium-131 gebruiken endocrinologen dagelijks voor de behandeling van mensen met te snel werkende schildklier, en de behandeling van schildklierkanker.

Bron: NRC, 23 februari 2017.

Wat ik niet begrijp, zijn de grote gemeten verschillen. Een hoge concentratie in Polen, maar ook in Noord Spanje. Maar heel weinig in Frankrijk, zie de afbeelding. Ik ben benieuwd of we de komende dagen achter de oplossing gaan komen.

 

Zoek de tien verschillen in deze artsenverklaring.

Toen de Nederlandse Vereniging voor Endocrinologie (NVE) vorig jaar officieel verzocht aan ZN om de artsenverklaring voor PCSK-9 remmers aan te passen (zie https://www.gmed.nl/de-endocrinoloog-en-de-pcsk9-remmer/), was de reactie van ZN als volgt: “De werkgroep heeft zich over uw voorstel gebogen. Gezien de kosten en uit het oogpunt van doelmatig voorschrijven is besloten de artsenverklaring niet aan te passen.” Een bijzondere reactie. Het wijzigen van een online pdf formulier kost niet heel veel tijd.

Wij moesten dus verschrikkelijk lachen toen achtereenvolgens in januari en februari 2017 twee verschillende artsenverklaringen opdoken voor het voorschrijven en laten vergoeden van de combinatie van een GLP1 receptor agonist en insuline. Ze staan hier allebei afgedrukt. Hoezo kosten? Hoezo ondoelmatig?

“Zoek de tien verschillen”.

 

Combinatie van GLP-1 met insuline eindelijk weer vergoed !

Eindelijk is het zo ver. De combinatie van insuline met een GLP-1 receptor agonist mag worden vergoed voor mensen met type 2 diabetes.

 

Fig. 1. De artsenverklaring

Er zijn nog wel wat mitsen en maren:
1. de betreffende persoon met type 2 diabetes moet minstens drie maanden behandeld worden met ‘optimaal getitreerde’ basale insuline
2. de BMI moet hoger zijn dan 30 kg/m2
3. het eerste recept moet worden geschreven en de artsenverklaring moet worden ingevuld door een excuustruus, lees: een internist.

Nu wordt deze combinatie behandeling al heel lang toegepast, al vanaf het jaar 2010, toen de eerste GLP-1 receptor agonisten als exenatide (Byetta) en liraglutide (Victoza) in Nederland beschikbaar kwamen. Deze combinatie werd zelfs in die tijd al vergoed voor mensen die deze behandeling waren gestart vóór medio 2011, toen kwam er ineens een ban op de vergoeding van deze behandeling. Een fraai staaltje rechtsongelijkheid. De Diabetesvereniging Nederland heeft zich hierover terecht, maar naar later bleek vruchteloos, boos gemaakt:
men leze: https://www.dvn.nl/files/site/Achtergrondinformatiecombinatietherapie_GLP1.pdf

Sinds 2010 zijn veel publicaties verschenen die de voordelen van de combinatie behandeling hebben bewezen, zie bijvoorbeeld het artikel van prof. Michaela Diamant in het tijdschrift Diabetes Care: http://care.diabetesjournals.org/content/37/10/2763.full-text.pdf.
Nu, meerdere jaren later, wordt deze dwaling weer teruggedraaid, en wordt de combinatie behandeling eindelijk weer vergoed. Naar ik begreep, heeft dit heel wat onderhandelingen gekost. Voor sommige medicijnen zoals de vaste combinatie van liraglutide met insuline degludec, is hierdoor zelfs ernstige vertraging ontstaan in het tempo waarmee zij op de markt zijn gekomen, en voor patiënten met type 2 diabetes beschikbaar zijn gesteld. Voor mensen met diabetes is de vergoeding van deze combinatie-behandeling goed nieuws, alhoewel voor de behandeling met een GLP-1 receptor agonist alléén (niet in combinatie met insuline) nog steeds de BMI-grens om voor vergoeding in aanmerking te komen op 35 kg/m2 staat.

Dat GLP1RA op de lange termijn ook de aan diabetes gerelateerde complicaties verminderen, is gebleken uit de recente publicatie van de LEADER studie (lees het volledige artikel op: http://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMoa1603827#t=article ), en de publicatie van de SUSTAIN-6 studie met semaglutide (http://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMoa1607141#t=article)

Fig. 2. Controleer de identiteit van de voorschrijver.

In de laatste dia staan de belangrijkste verschillen tussen behandeling met een GLP-1 receptor agonist en met insuline weergegeven.
Bij de zelfde verbetering van de glucose regulatie leidt een GLP-1RA tot minder kans op hypoglycemie, minder stimulatie van de eetlust, afvallen i.p.v. aankomen in gewicht, minder glucagon afgifte.

Fig. 3. Verschillen tussen een GLP-1RA en insuline.

 

 

Categorieën

Bruce HR Wolffenbuttel


Our weekly journal